Het werk Geschiedenis van de overheidsfinanciën in België – Deel III (enkel beschikbaar in het Frans) analyseert voornamelijk de evolutie van het Belgische financiële systeem tussen de 19e eeuw en het midden van de 20e eeuw, met bijzondere aandacht voor de Nationale Bank van België (NBB), haar economische rol en haar juridisch statuut, evenals de veranderingen in de overheidsfinanciën.
De Nationale Bank werd opgericht in 1850 en was aanvankelijk een private instelling met een emissieprivilege voor bankbiljetten, zonder een strikt monopolie. Haar oorspronkelijke opdracht was hoofdzakelijk commercieel: ze verrichtte klassieke bankactiviteiten zoals disconto en wisselverrichtingen, en speelde een ondersteunende rol in crisistijden. Het bankbiljet, aanvankelijk gebaseerd op het vertrouwen van het publiek, kreeg pas in 1873 de status van wettig betaalmiddel. In deze fase verschilde de Bank weinig van andere instellingen, behalve door haar emissiefunctie en haar rol in economische stabilisatie.
Na verloop van tijd ontwikkelde haar activiteit zich aanzienlijk. Ze werd geleidelijk een centrale instelling binnen het kredietsysteem. De evolutie van haar operaties toont een sterke groei in discontoverrichtingen, voorschotten en interventies op de financiële markten. Hierdoor verkreeg de Bank de rol van “lender of last resort” (laatste kredietverstrekker), waarbij ze banken ondersteunt en indirect invloed uitoefent op het totale kredietvolume in de economie. Deze evolutie ging gepaard met een relatieve afname van haar directe rol in de financiering van de private sector, door de groei van het bancaire systeem.
Tegelijkertijd veranderde de relatie tussen de Bank en de Staat grondig. Aanvankelijk was de Bank enkel kassier van de Staat, maar ze werd geleidelijk een cruciale actor in de overheidsfinanciering. De wereldoorlogen vormden een belangrijk keerpunt: ze leidden tot een sterke toename van voorschotten aan de Schatkist en tot een aanzienlijke uitbreiding van de geldomloop. Na de Eerste Wereldoorlog, en vooral na de Tweede, werd de Staat een belangrijke schuldenaar van de Bank. Dit veranderde het institutionele evenwicht en versterkte de verwevenheid tussen monetair beleid en overheidsfinanciën.
Ook de internationale rol van de Bank evolueerde. Waar ze aanvankelijk enkel goudreserves beheerde en wisseloperaties uitvoerde, ging ze later actief deelnemen aan internationale financiële relaties, onder meer via betalingsakkoorden en samenwerkingsmechanismen zoals die van Bretton Woods. Ze begon bovendien kredieten aan het buitenland te financieren, met waarborg van de Staat, wat een belangrijke uitbreiding van haar traditionele functies betekende.
Op monetair vlak verwierf de Bank een doorslaggevende invloed. Door de uitgifte van fiduciaire munt te controleren en het kredietvolume te beïnvloeden, speelt ze een directe rol in de economische conjunctuur. Moderne monetaire theorieën benadrukken het belang van deze functie: het monetair beleid wordt een essentieel instrument om economische cycli te sturen, ook al kan het de economie niet volledig op eigen kracht beheersen.
Deze groeiende economische rol staat in contrast met het behoud van haar privaatrechtelijk statuut. Ondanks verschillende hervormingen, waaronder die van 1948, blijft de Bank juridisch een private instelling, hoewel de Staat een belangrijk aandeel bezit en nauw toezicht uitoefent. Het institutionele systeem berust op een delicaat evenwicht tussen de onafhankelijkheid van de Bank en de controle door de overheid. De bestuursorganen (gouverneur, directiecomité, regentenraad) en benoemingsprocedures illustreren deze dualiteit: noch de Staat, noch de Bank beschikt over absolute macht.
De geschiedenis toont ook hoe grote crisissen het Belgische financiële systeem hebben gevormd. De twee wereldoorlogen veroorzaakten aanzienlijke monetaire verstoringen, waaronder sterke inflatie. Na 1944 werd een grondige monetaire sanering doorgevoerd: overtollige geldmiddelen werden ingetrokken, tegoeden geblokkeerd en het banksysteem hervormd. Deze maatregelen maakten een stabilisatie van de financiële situatie en een economisch herstel mogelijk.
Ten slotte behandelt het werk de bredere evolutie van de Belgische overheidsfinanciën. Na de oorlog stabiliseren de staatsbudgetten zich op een hoog niveau, wat de uitbreiding van sociale uitgaven weerspiegelt (pensioenen, gezondheidszorg, onderwijs). De fiscaliteit wordt hervormd om het systeem te moderniseren en de middelen rechtvaardiger te verdelen. De staatsschuld groeit sterk, maar wordt geleidelijk geconsolideerd via actief financieel beleid.
Samenvattend toont de studie aan dat de Nationale Bank van België in de loop van een eeuw evolueerde van een commerciële bank met een emissieprivilege tot een centrale instelling in het economisch beleid. Hoewel ze juridisch privaat blijft, vervult ze in werkelijkheid een essentiële publieke rol, op het snijvlak van de Staat, het financiële systeem en de nationale economie. Deze evolutie weerspiegelt de aanpassing van financiële instellingen aan de economische, sociale en politieke veranderingen in België.
PDF & Download
Permalink : https://fin.limo.libis.be/permalink/32KUL_FIN/lk6ik1/alma9931393620101496
